Levensverhaal Juup Geraedts

Geboren en getogen in Ubachsberg is Peter Jozef (Juup) Geraedts, net als zo velen van zijn Limburgse tijdgenoten, door economische oorzaak genoodzaakt geweest om zijn dagelijkse boterham te verdienen als mijnwerker. Een enorm zwaar, gevaarlijk en ongezond beroep. Daarbij had hij ook nog eens te zorgen voor zijn echtgenote Constantina en hun drie kleine kinderen.

Heel aanlokkelijk werd het dan ook, toen na de bevrijding van zuidelijk Limburg, jonge mijnwerkers de kans kregen om de mijn te ontvluchten door vrijwillig dienst te nemen in het leger. Oorspronkelijk ingezet voor bewakingstaken in Duitsland, onder Amerikaans bevel, wordt in mei 1945 de vraag voorgelegd, wie bereid is tegen Japan te gaan vechten. Het enthousiasme is groot, ook bij Juup. Het daartoe opgerichte OVW-Bataljon Limburg 2-13 R.I. is op 1 september 1945 compleet en in zijn geheel gehuisvest in een houten barakkenkamp in Niederkrüchten (D). Op 17 september vertrekt 2-13 R.I. vanuit Krefeld naar Oostende, waar het ingescheept wordt voor de oversteek naar Dover. Aansluitend wordt het bataljon ondergebracht in Aldershot, waar men veel exerceert en eindelijk eigen uniformen en wapens ontvangt.

Intussen heeft Japan op 15 augustus 1945, na het gooien van twee Amerikaanse atoombommen, gecapituleerd en twee dagen later, op 17 augustus 1945, wordt in Batavia door Soekarno en Hatta de Republiek Indonesia uitgeroepen. Dat betekent dus niet vechten tegen Japan, maar tegen Soekarno. Géén mens van 2-13 R.I. heeft op dat ogenblik in zijn achterhoofd, dat hij de belangen van het Nederlandse kolonialisme moet gaan verdedigen en op 10 oktober 1945 gaat het per trein naar Liverpool voor inscheping op het troepentransportschip “Alcantara” Op 12 oktober om 13.00 precies begint de reis, met aan boord ruim 4.400 man, waaronder Juup Geraedts.

Waar het de bedoeling was om rechtstreeks naar Indië te gaan, staken de Engelsen daar een stokje voor. Zolang Nederland niet rechtstreeks met de Republiek onderhandelt mogen er geen Nederlandse troepen Nederlands-Indië binnen en dus gaat 2-13 R.I. op 11 november 1945 in Port Swettenham op Malakka van boord en wordt ondergebracht in Serdang. Uit brieven van huis vernemen Juup en andere kostwinners, dat thuis, ondanks gedane beloften door de overheid, nog niets is gedaan aan de financiële regeling betreffende kostwinnerschap voor oud-mijnwerkers. Er is nog geen rooie cent ontvangen….Een gevolg van lakse afhandeling door het Ministerie van Oorlog!

Ongeveer vier maanden duurt het verblijf op Malakka. De tijd wordt gedood met jungle-training. Op zich een voordeel ten opzichte van de later ingezette dienstplichtige militairen, die het helemaal zonder moesten doen!

Begin maart 1946 gaat 2-13 R.I. scheep op de “Valentijn” en zet koers naar Java. Op 9 maart 1946 stapt Juup, inmiddels sergeant, met 2-13 R.I. van boord op de rede van Semarang. Met een geweer anno 1918 en een tiental patronen. Een bataljon, eerst zonder geld en nu zonder een redelijke bewaping treedt de vijand tegemoet. De 600 soldaten worden ondergebracht in Djatingaleh, in een oude KNIL-kazerne, waar zelfs geen bedden staan. Na zes maanden (!) is de plek van bestemming bereikt…..

 

 

 

 

 

 

 

 

Semarang is een belegerde stad, met een oppervlakte van ca.30 km² en van drie kanten belaagd door een getalsmatige oppermachtige Republikeinse tegenstander. Djatingaleh is gelegen in het meest zuidelijke puntje, tegen de berg Gombel aan. Om de Indonesische vrijheidsstrijders geen kans te geven zich dichter naar de stad toe te werken worden dagelijks patrouilles het voorterrein ingestuurd om te observeren. Nagenoeg elke patrouille krijgt vuurcontact met de tegenstander.

Vanaf het begin vallen er gewonden en sneuvelen soldaten. Op 1 april 1946 heeft een eerste Nederlandse actie plaats onder de naam “Primeur”. Het is een actie, welke gezamenlijk wordt uitgevoerd door een compagnie van 2-13 R.I. en van 1 R.S. Het is het begin van een zwarte periode.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Juup’s handgeschreven tekst spreekt voor zich…

Enkele dagen later, op 5 april 1946 en binnen één maand na aankomst in Indië, sneuvelt Juup Geraedts aan opgelopen krijgsverwondingen bij een gevecht ten zuiden van de stad, langs de weg naar Oengaran. Een dag later wordt hij met militaire eer begraven op het militair kerkhof Tjandi (Tillemaplein, thans Candi) te Semarang. Zijn echtgenote Constantina en hun kinderen Heini, Beppie, Gonnie en Joséke (op dat moment nog niet geboren), zullen hun man en vader nooit meer thuis zien komen…..